2.5.09


Ze was kapot, ze was verlaten, ze was gegaan met al wat ze had. Geen man die haar kon houden, ze was geen roos voor een vaas, ze was geen schoonheid aan zijn arm. Nee, zij was meer het type dat zat aan de bar, haar glas slap in de hand, in haar linkerhand. Voor zich uitstarend, het rare van staren is dat je heel afwezig en gesloten overkomt, terwijl je zelf gek wordt van je aanwezigheid. Je zult wel gek zijn om haar aan te spreken. Ze was te rauw voor het daglicht, te soft voor de nacht. Bij alles was ze het net niet, geen bekers, geen medailles, geen trots. Tot ze van de een op de andere nacht daar niet meer zat daar op haar kruk. Zo was ze van niks, tot het gesprek van het café.
Niemand die het wist.
Iedereen van de kaart.

2 comments:

Maaike said...

Esmay
deze boeit
dit stukje

een van ons said...

ja wouw
ik vind het echt
interessant?

meer?
plies



oh ik ben niek, trouwens. te lui om op mijn eigen account in te loggen : D