16.5.09

Ze zitten maar een beetje te spelen met hun sleutels, te plukken aan hun haar, te bijten aan hun nagels, te schuifellen met hun voeten. Er word wel wat gezegd maar veel stelt het niet voor, het gaat over het weer en over dingen die ze gister deden. Het maakt helemaal niet uit wat ze zeggen dus beginnen ze over wat ze vanmorgen als eerste dachten, dat er een vlieg was die de hele tijd in hun kamer rondvloog. Je snurkt wel zegt ze, weet ik zegt hij. Het is een tijdje stil terwijl ze kijken in hun glas. Jij ook zegt hij, weet ik zegt zij. Ze staren maar wat voor zich uit, misschien moeten we onze spullen maar eens pakken. Ze slepen wat met matrasjes, gooien wat dingen aan de kant. Wil je wat drinken? Ja. Wat? Wat heb je? Niks. Doe dat dan maar. Hier. Dankje. Ze frunniken met het tafelkleed.

1 comment:

Anonymous said...

leuk geschreven